donderdag

Met een knipoog naar Ibsen.















Ze woonde daar, vlakbij de kleine natuurlijke haven tussen de Noordzee en de Waddenzee.
Die mooie baai die toegang gaf tot de kim van verre dromen.
Elke dag kwam en ging het water, in een eindeloos stil refrein.
En elke dag als ze daar was en langs de zee liep, dacht ze: het water komt en water gaat...
Ze was een markante vrouw. Degenen die haar beter kenden, wisten dat ze een diep verdriet met zich meedroeg maar nooit sprak zij erover, dat hield ze diep in haarzelf.
Ze was de vrouw van de zee.

Daar, waar de duinen overgingen in de bosrand woonde hij, de dokter.
Hij had zijn vrouw verloren. Hij woonde in dat grote huis met de grote tuin en vijver, alleen met zijn hond . Dagelijks kwamen er kinderen uit het dorp om te spelen met de hond, hij vond het heerlijk om hun gelach te horen als ze met de hond speelden.
Zijn werk was druk en veelomvattend, en daarnaast had hij nog zijn huishouden...zijn tuin, zijn vijver vol vissen...Hij was altijd wel bezig, maar de laatste tijd viel het hem zwaar.
Het alleen opstaan, het alleen eten, het alleen verzorgen van alles, het alleen naar bed gaan.

Hij hoorde van haar bestaan. Hij ging naar haar toe en zei: 'Jij hebt een stil verdriet, ik ook. Ga met mij mee.'
Ze zag hem weer voor zich, de man met wie ze kortstondig een romance had beleefd..
Het schip was afgemeerd in de kleine haven. Hij was gegaan, en had gezegd: 'Ooit kom ik terug....'
Maar hij was nooit teruggekomen...
Het bleef bij een aarzeling, een korte aarzeling, toen ging ze met de dokter mee.
Ze verzorgde zijn huis, zijn tuin, de vissen in de vijver en zijn hond. Ze zorgde voor de kinderen als ze kwamen te spelen, ze veroverde de harten van de mensen in het dorp.
En toch, vaak dacht ze als ze in de grote tuin liep: ik voel me als een karper...als één van de karpers in de vijver... Water komt en water gaat, maar ik zwem rond.
Diep in haar hart was weemoed.

Tot die dag, er kwam weer een schip aan in de kleine haven.
Dit keer een groot schip met een buitenlandse vlag... Australië.
Zo vaak kwam er niet een groot schip uit de wereld van Down Under. Het hele dorp liep uit.
Alle kinderen, en jawel ook de dokter.
En ook zij... zij verbleekte want ze zag hem van de loopplank komen.
Zij ontmoetten elkaar en hij zei: 'Vrouw van de zee... Volgend jaar om precies dezelfde tijd ben ik terug en kom ik je halen... '
Het was alsof ze zich nog meer terugtrok en ze voelde zich nog meer een karper in de vijver.
En soms sprak de dokter haar aan en zei: ' Wat is er toch ? Je bent altijd wel ver weg geweest, maar je bent nu zo ver weg... het is alsof je mij niet meer zoekt.'
En na verloop van tijd biechtte ze op wat er speelde, en ze zei: 'Hij komt me halen... ' en hij schrok. Nog meer dan de dorpelingen en de kinderen had hij zijn hart aan haar verpand.
Hij ging haar overtuigen om te blijven. Hoe meer hij overtuigde, hoe meer zei riep: 'Nee, ik moet gaan, ik ben de vrouw van de zee. ' Wanhopig en regelmatig zei hij: 'je moet blijven, hier bij mij, ik.. mijn werk.. het dorp.. de mensen , de kinderen... we hebben je nodig. En ik kan en ik wil niet zonder jou... Blijf hier... Je zult niet vinden wat je zoekt. ' Koppig zei ze: 'Nee, ik moet gaan. Dit is mijn weg, mijn koers die ik moet volgen .'

Het was nog slechts enkele weken voordat hij zou komen, dat ze hem opnieuw ontmoette en dat de dokter zei: ' Oké.. . oké... ik begrijp het, mensen hebben te gaan waar hun hart ligt. Ik zal afscheid van je nemen, ik zal je zeer missen, maar je moet gaan.'

Het uur was gekomen, precies als op de afgesproken tijd kwam het schip aanvaren.
En de dorpelingen liepen uit, niet wetende wat er allemaal plaatsvond.
En zij.. zij had haar koffers gepakt, en hij bleef achter.
De kinderen waren er al en liepen richting schip. Voordat de toeter voor het vertrek weer geklonken had, hoorde hij de deur gaan. Zij kwam binnen en ontroerd, maar ook verbijsterd vroeg hij: 'Jij? ' 'Ja, zei zij, met een diepe zucht, 'Ja.. Weet je..., ik blijf. Omdat ik kan gaan, kan ik blijven, ik ben de vrouw van de zee. Water komt en gaat, ik kan gaan, ik kan blijven....'


Het is een heel verhaal dit keer.
Keuzes maken, iets wel of niet doen.
Iedere dag maken we opnieuw honderden keuzes...
Waar sta je in dit leven, wat wil je ermee, en waar om kies je een bepaalde weg ?
Als je ergens ja tegen zegt, waarom is dat dan een ja en geen nee?
Hoe ver gaat jouw ja... en hoe ver gaat jouw nee?
Nog even en het wordt een preek dus ik hou het hierbij, voor deze aankomende week.

Heb het goed, met jezelf en met elkaar,

Salty

6 opmerkingen:

Me! zei

Het leven is als een afloopschema. je staat iedere keer voor keuzes, maar welke keuze je ook maakt, je weet nooit hoe het afloopt en je weet nooit of de andere keuze beter was...

Henry ™ zei

Keuzes.. Wat is er moeilijker dan keuzes maken. Ik probeer zoveel mogelijk mijn gevoel te volgen en dan doe ik het vaak nog niet goed.. Het leven is een grote tombola, zo voelt het vaak! ;-) x

Henry ™ zei

Oja.. en ik wou nog iets zeggen over de heerlijke foto hieronder. Wat niet kon bij het bericht dus dan maar offtopic hier! Hij is super mooi Salty!

Yvonne zei

ik bedenk mijzelf dat er geen goede of slechte keuzes bestaan als ik een keuze maak

Erik zei

'k was eerst even bang
dat 't over kabouter Plop ging...
maar gelukkig.
; )

Salty Letters zei

@Erik: Ik kan me jouw schrik voorstellen, maar er zijn meer dokters dan kabouters. Hoop ik.
Anders ziet het er slecht uit voor de medische wetenschap....